Commewijne


Algemeen
Het district Commewijne ligt in het Noorden van Suriname aan de rechteroever van de rivier de Suriname. Ten westen van de rivier liggen de districten Paramaribo en Wanica, in het zuiden district Para en in het oosten district Marowijne. In het Noorden grenst Commewijne aan de Atlantische oceaan. Er wonen 31.420 (census 2012) mensen en het oppervlakte bedraagt 2352 km².

Geschiedenis
Van oudsher staat Commewijne bekend om de grote plantages. Het gebied bestaat uit aangeslipte klei en is daardoor erg vruchtbaar. Reeds in de 17e eeuw werden plantages aangelegd aan de bovenloop van de Commewijne rivier en de Cottica door met name Nederlandse kolonisten. Voor het zware werk werden slaven ingezet. Om deze met name suikerplantages te beschermen tegen aanvallen werd het fort Sommelsdijck (1668) gebouwd bij de samenvloeiing van genoemde rivieren (Sinds 1870 is dit fort overigens verlaten en totaal overwoekerd door de natuur). Het fort werd vernoemd naar Cornelis van Aerssen van Sommelsdijck, de toenmalige gouverneur van Suriname. In de loop der tijd waren vele slaven van de plantages gevlucht. Deze gevluchte slaven, Marrons genaamd, vormden hun eigen gemeenschappen. Ze vielen regelmatig de plantages aan om zichzelf te voorzien van voedsel, wapens en gereedschappen. Ook waren de aanvallen gericht op wraak, voor het onrecht dat de Marrons in het verleden was aangedaan toen ze nog als slaven werkten op de plantages. Plantage-bewoners vonden niet zelden de dood en slaven sloten zich aan bij de Marrons. Door deze aanvallen werden de plantage in dit gebied van de tweede helft van de 18e eeuw verlaten.
In 1745 werd fort Nieuw-Amsterdam gebouwd bij de samenvloeiing van de benedenloop van de Commewijne en de Surinamerivier. Dit zorgde voor een goede bescherming van het gebied, zodat hier nu plantages konden worden gesticht. Tevens werden ook in het Matapica-gebied plantages gevestigd. De plantages richtten zich niet alleen op suiker, maar ook op cacao, katoen en koffie. Met de Aucaners werd in 1760 vrede gesloten, maar een nieuwe groep Marrons begon de plantages te teisteren. Het betrof de Cottica-Marrons met bekende aanvoerders als Baron, Boni en Joli Coeur. Zij hadden een fort, Boekoe genaamd, vanwaaruit ze de aanvallen op de plantages organiseerden. Dit fort werd in 1772 verwoest door de Koloniale Troepen, waarbij de zogenaamde Zwarte Jagers een grote rol speelden. De Zwarte Jagers waren een legercorps opgericht met als doel gevluchte slaven te achterhalen. Het waren voor deze taak vrijgekochte slaven, die geacht werden beter in de jungle te kunnen opereren dan de blanke soldaten. In ruil voor hun diensten kregen ze na 5 jaar een stuk grond toegewezen op “Frimangron”, een speciale daarvoor ingerichte woonwijk net naast het centrum van Paramaribo.
Tegen 1800 begon de plantagebouw in verval te raken. Vele plantages waren in handen van in het buitenland wonende personen. Ze lieten hun plantages beheren door administrateurs en directeuren, die veelal een goed beheer van de plantage niet als eerste prioriteit hadden. Daarnaast werd de slavenhandel in 1808 verboden en was het daardoor moeilijk om het aantal arbeiders op een goed peil te houden. Tevens waren door de oorlogen in Europa, minder afzetmarkten voor de producten uit Suriname.
Pas in 1863 werd de slavernij in Suriname afgeschaft, dertig jaar nadat Engeland dat had gedaan. Ondanks dat de ex-slaven nog tien jaar dienden te werken op de plantages, stopten veel plantagehouders met de hun werkzaamheden en verlieten het land. Gevolg was dat vele plantages verlaten werden en er min of meer een einde kwam aan plantage-cultuur zoals die Commewijne lang had gekend.
Op de plantage die nog in bedrijf bleven waren grote tekorten aan arbeiders, weinig ex-slaven bleven na tien jaar nog werken op de plantages. Er werden vervolgens arbeiders uit respectievelijk China, West-Indië, Brits-Indië en Java gehaald om onder niet al te beste omstandigheden te gaan werken op de plantages. Onderbetaling en lijfstraffen waren in die tijd geen onbekend fenomeen.
De Nederlandse Handel Maatschappij bouwde in 1882 een grote Suikerfabriek te Mariënburg. Mariënburg leverde lang suiker en heeft een bewogen geschiedenis, met name op het gebied van de slechte werkomstandigheden van de arbeiders. Vandaag de dag wonen nog veel mensen op Mariënburg. De fabrieksgebouwen zijn in slechte staat en worden bezocht door toeristen.
Commewijne heeft nu nog steeds enkele actieve plantages, de meeste zijn echter verlaten. De plantages zijn nog terug te vinden op oude kaarten en soms nog door overblijfselen van gebouwen, echter heeft de natuur in de loop der jaren veel sporen uitgewist. Hier en daar zijn initiatieven om sommige plantages nog in stand te houden voor toeristische doeleinden. Verschillende touroperators bieden riviertochten over de Commewijne en de Suriname, waarbij men aanlegt bij de nog actieve plantages. Te denken valt aan plantages als: Alliance, Peperpot, Spieringshoek, Katwijk en Wederzorg. Namen van voormalige plantages zijn o.a. : Clevia, Dordrecht, Johan Margaretha, Sorgvliet, Voorburg, Potribo, Rust en werk, Meerzorg en Laarwijk.

Bezienswaardigheden
Fort Nieuw-Amsterdam is ingericht als openlucht museum en is een aanrader voor wie van geschiedenis houdt. Er staan verschillende monumenten zoals de oude gevangenis, de oude commandantswoning en twee kruithuizen.
Verschillende (voormalige) plantage verwelkomen bezoekers zoals: Peperpot, Alliance, Wederzorg en Alkmaar.
Ook is een bezoek aan het strand van Matapica een must, waar de zeeschildpadden een belangrijke broedplaats hebben.

Economie
Landbouw is van groot economisch belang voor Commewijne. Enkele plantages zijn nog actief en daarnaast planten veel particulieren om in hun eigen behoeften te voorzien.
De visserij neemt ook een belangrijke plaats in in Commewijne, met name in Matapica wordt in het zwamp gevist. Tevens wordt er gevist in de Suriname, de Commewijne en in zee. Er zijn tevens enkele visverwerkingsbedrijven in Commewijne. In opkomst is het kweken van vis: garnalen en rode tilapia.
De oplevering van de Jules Wijdenboschbrug (in volksmond “Bosjebrug” genoemd) in 2000, heeft een stimulerende werking op de economie van Commewijne. Deze brug die over de Suriname loopt en Paramaribo met Commewijne verbindt, zorgt voor een snelle verbinding. Vroeger diende men over te steken met de veerpont die aankwam bij Meerzorg.

Bestuur en Bevolking
Commewijne heeft een bevolking van 31420 (Census 2012) personen, 48% beschouwt zichzelf als Javaan en 30% Hindostaan. De resterende 22% valt onder de overige bevolkingsgroepen. Het district wordt in De Nationale Assemblée vertegenwoordigd door 4 parlementsleden en is onderverdeeld in zes ressorten: Alkmaar, Bakkie, Margaretha, Meerzorg, Nieuw Amsterdam en Tamanredjo. In Nieuw Amsterdam zetelt de districts-commisaris.

Handige links
Overheid: Commewijne

Literatuur
Cynthia McLeod – Tweemaal Mariënburg




Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.